|
Ganzen en Carnaval
Manus I,Vorst der On-Ganse (mei, 2004)
Een van de belangrijkste feestdagen in het (Oostenrijkse) Burgenland is
"Martini" op 11 november. Op deze feestdag wordt niet alleen
het feest gevierd van de patroon van dit “Bundesland”, de
Heilige Martinus, het is ook de dag waarop de nieuwe wijn vrijgegeven
wordt om te proeven. Als in de eerste novemberdagen bij de Burgenlander
ganzen de bloeddruk stijgt en zij voor hun eigenaren op de vlucht slaan,
dan is de Heilige Martinus daaraan niet helemaal onschuldig.
Alles begon in het jaar 317, toen de zoon van een Romeinse
tribuun geboren werd in het nabij Burgenland gelegen Steinamanger (Szombathely).
Na zijn doop op 18-jarige leeftijd missioneerde Martinus eerst in Pannonië
(de Oud-Romeinse provincie tussen de Donau en de Alpen met Vindobona
(Wenen) en Aquincum (Boedapest) als belangrijkste steden). Dat de
heilige Martinus in die contreien van belang is, vindt men ook terug in
veel plaatsnamen. Eisenstadt heet in het Hongaars Kismarton (Kleine Martinus).
En Mattersburg, het vroegere Mattersdorf, draagt in het Hongaars de naam
Nagymarton (Groot Martinus). Later deed hij als monnik zendingswerk in
Gallië (het huidige Frankrijk).
De Legende vertelt dat hij aan de stadspoort van Amiens
zijn mantel met een kleumende bedelaar zou hebben gedeeld. Men wilde
deze “heilige man” tot bisschop wijden. Maar Martinus was
ook een zeer bescheiden mens en vond zichzelf absoluut niet waardig
genoeg voor dat hoge ambt. Hij verstopte zichzelf daarom en hoopte,
dat op de een of andere manier die kelk aan hem voorbij zou gaan. En
dat was ook bijna gebeurd, ware het niet dat er ganzen waren, die met
hun gesnater de schuilplaats van Martinus verrieden, en hem daardoor
aan het hoge kerkelijke ambt hielpen.
In 371 werd hij als bisschop van Tours gewijd en won
hij al snel aan invloed aan het Romeinskeizerlijke hof in Trier. Na zijn
dood in het jaar 379 werd hij de belangrijkste heilige en tot schutspatroon
van het Merovingisch-Frankische rijk.
Misschien is het vanwege bovenstaand verhaaltje niet zo gek, dat wij als
On-Ganse iets hebben met de “Sint Martinus”? En vanwege het
“verraad” door de ganzen moet dit gevogelte daarom tot op
de dag van vandaag boeten. Tot vreugde overigens van alle fijnproevers.
Op de “elfde van de elfde” wordt in Burgenland
naast dit patroonsfeest natuurlijk ook het begin van het carnavalsseizoen
gevierd.
Waarschijnlijk komen daar ook andere “straffen”
vandaan, zoals:
- Gansknuppelen wreed volksvermaak waaraan men zich in Nederland en
België vroeger met Vastelavond te buiten ging. In België nog
steeds een gebruik met een houten gans (de gans hangt met de kop naar
beneden aan een touw en de kop wordt eraf getrokken)
- Gansrijden gansknuppelen te paard
- Gansslaan gansknuppelen alleen wordt de kop er nu afgeslagen
- Ganstrekken gansknuppelen te paard, in een wagen of op schaatsen
De gans en de schepping
De Heer schiep het gevogelte op de vijfde dag staat in het Oude
Testament te lezen, en dat is een dag eerder dan dat de mens geschapen
werd. Wellicht komt het daar vandaan, dat de gans als “eerstgeborene”
door mensen honderden jaren lang als mythisch dier vereerd werd.
De stad Rome werd door ganzen gered
Voor de Romeinen uit gebruikten de oude Grieken al ganzen als
bewakers van hun tempels. De Romeinse historicus Livius vertelt, dat toen
de Galliërs, die Rome belegerden, ’s nachts heimelijk het Capitool
wilden beklimmen, hadden de wachters niets in de gaten. Zelfs de honden
gaven geen kik, maar de ganzen snaterden en klapwiekten met hun vleugels
totdat de wachters gewekt waren. (Julius Caesar roemde later de ganzen
zelfs om hun wijsheid) En alhoewel ganzen daardoor in hoog aanzien stonden,
werden ze gaandeweg ook erg gewaardeerd vanwege goede smaak van hun vlees.
Ganzen houden van mensen
Ook Plinius hield de gans voor slim en mensen toegenegen gevogelte:
In Aegium ontbrandde zelfs een gans uit liefde voor de jongeling Amphilochus.
Een andere gans was verliefd op de harpspeelster van koning Ptolemeus.
De gans van de filosoof Lacydes volgde de man overal: op straat en zelfs
in het badhuis, dag en nacht. Daaruit bleek volgens Plinius dat ganzen
een zekere mate van verstand hebben.
Ganzen in sprookjes
In veel sprookjes vervult de gans een belangrijke rol, zoals
in “De gouden gans”, met welks hulp een uitgelachen dommerd,
een prinses tot bruid kreeg. Of in de fabel van het “Gouden Ganzenei”
waarin een man een gans had die gouden eieren legde. In plaats van er
gelukkig en tevreden mee te zijn wilde hij het geheim ervan leren kennen
en sneed de vogel daarom open. Hij vond niets bijzonders en dus was dat
pech voor de gans èn voor de man, die daardoor geen goudbron meer
had.
De Ganzen
In
onze streken komen als grauwe (wilde) ganzensoorten overwegend voor: de
kolgans (Anser Albifrons), de rietgans (Anser Fabalis), de rotgans (Branta
Bernicla) en de brandgans (Branta Leucopsis). Daarnaast zijn van de tamme
ganzen de Twentse, de Pommerse en de Vlaamse gans het meest bekend.
Ganzen worden normaliter maximaal 31 jaar oud, al zijn er voorbeelden
van huis- en/of dierentuinganzen bekend van 50 jaar oude ganzen.
Enkele ganzenfeiten
- Behoren tot het watervogelgeslacht Anser van de grote eend-achtigen
- Hebben een krachtig ineengedrongen lichaam, een korte bek en een
dikke hals en staan hoog op krachtige poten
- Geen verschil in kleur tussen mannetjes (ganzerik, gender of gander)
en vrouwtjes
- Maximale vliegsnelheid: 91 km/u
- Lichaamstemperatuur: 40,7° C
- Zeer vroeg geslachtsrijp
- Voortplantingsvermogen 20-40 jaar
- Begin van de legtijd: januari/februari
- Een wijfje legt om de dag een ei; in totaal 15-30 eieren
- Broedtijd: 29-31 dagen
De positieve en negatieve eigenschappen van ganzen leidden tot vele uitdrukkingen:
| Lopen als een (vette) gans |
een waggelende gang hebben |
| Zij lopen achter elkaar als ganzen |
in ganzenpas, een voor een |
| Hij preekt voor de ganzen |
tegen dovemansoren praten |
| Maak dat de ganzen wijs |
maak dat stommelingen wijs |
| De gans blaast wel maar bijt niet |
blaffende honden bijten niet |
| Het is niet voor de ganzen gemaakt |
laten we het maar opdrinken |
| De ganzen krijgen de kost, maar moeten die ook plukken |
je moet voor je brood ook werken |
| Men plukt de gans zolang zij veren heeft |
voordeel trekken tot niets meer te halen is |
| De gebraden ganzen komen niet in de mond vliegen |
zonder moeite krijgt men niets |
| Een vette gans bedruipt zichzelf |
winstgevende zaken vragen geen steun |
| Met iemand de gans rijden |
hem voor de gek houden |
| Hij zal de gans gelden |
het komt hem duur te staan |
| Zo’n gansje |
onnozel meisje |
| Een gans van een vrouw, een ganzengat |
domme vrouw |
| Men kan hem wijsmaken dat de kat ganzeneieren legt |
men kan hem alles op de mouw spelden |
| Een paard met een ganzenhals |
met een lange schrale hals |
| Ganzenwijn |
schertsnaam voor water |
| Ganzenoogjes |
ronde, in servetgoed geweven figuurtjes |
De gans als leverancier
Ganzen
werden duizenden jaren als offerdieren ingezet en waren natuurlijk als
gevogelte ook een niet te versmaden lekkernij; de vele honderden recepten
getuigen daarvan. Gans wordt het meest gegeten tijdens de winterperiode
(en daarmee de carnavalstijd) en wordt dientengevolge altijd begeleid
door garnituren die men ook bij winterse gerechten, zoals wild, aantreft:
spruitjes, rodekool, zuurkool, knödel, appelen, stoofpeertjes, cranberry’s,
warme kersen, etc.
En dan zou ik haast nog het allerlekkerste van de gans vergeten: de overheerlijke
(maar verschrikkelijk tot stand gebrachte) ganzenleverpaté…
Naast de smakelijkheid van de gans, werden ook onderdelen gebruikt, zoals
de pennen van de grote veren die eeuwenlang als schrijfgereedschap dienst
deden, totdat de industrialisering dit gebruik overbodig maakte.
Ook de kleine veren en met name het dons worden gebruikt en zijn tot op
de dag van vandaag een gewild vulmateriaal voor kussen en dekbedden.
Terecht worden door dierenbeschermingsinstanties steeds luidere protesten
geuit tegen het misbruiken van ganzen: het stoppen van de magen om de
lever te laten groeien, het (tot driemaal toe…) donsplukken van
levende jonge gansjes, die daarbij een erbarmelijk geluid maken.
Natuurlijk is ook de gewone vetmesterij van ganzen vaak slechte zaak…
Waar de “scharrelganzen” nog 20 weken de tijd krijgen vet
te worden, is de mesttijd op ganzenmesterijen intussen al teruggebracht
tot 12 weken, inclusief alle dierenleed dat daar het gevolg van is (bijwerkingen
als ademnood, gewrichtsontstekingen en botbreuken).
De gans als verenigingssymbool
Bij
mijn weten komt onze verenigingsnaam van het zich in alle dwaasheid afzetten
tegen de normaliteit van alledag. De On-Ganse komt voort uit de Rooms-katholieke
Middenstandsvereniging “De Hanze”. Zodoende kwam men via het
woord On-Hanze op On-Ganse, met als beeldmerk een gans.
Wanneer je alle positieve eigenschappen van de gans opnoemt (wijsheid,
waakzaamheid, moed, trouw, zichzelf wegcijferen, lekker zijn, nuttig zijn)
en je zet dat af tegen de negatieve kanten (dom en goedgelovig), dan slaat
de balans toch heel sterk door naar de plus-zijde. Goedbeschouwd heel
wijs van onze On-Ganse-voorvaderen, juist dit dier uiteindelijk ook als
naamgever te kiezen…
Hopelijk leidt dit kleine stukje achtergrondinformatie tot een beter begrip
van onze wijsheid, die de basis vormt voor al ons plezier…
|